Behandelen

Een burn-out wordt tegenwoordig behandeld door therapie. Hier gaat het om zo’n 12 tot 15 weken, waarbij één keer per week naar therapie gegaan wordt.


Tijdens deze sessies wordt er gezocht naar de factoren die ertoe hebben geleid dat een burn-out is ontstaan. Dit wordt gedaan door te onderzoeken wanneer er spanning en vermoeidheid optreedt: Wanneer, hoe vaak en hoe erg?

Factoren die bijvoorbeeld gevonden worden zijn gedachten als; ik moet hard werken, anders zijn anderen niet tevreden over mij.  Dit worden ook wel disfunctionele gedachten genoemd.

Naast het zoeken van factoren bij de cliënt zelf, wordt er gezocht naar factoren op de werkvloer. Daarbij gaat het om dingen als; vaak overwerken, geen fijne werksfeer etc. Wanneer deze factoren gevonden zijn, worden ze, waar mogelijk, aangepakt. Dit wordt gedaan door gedragsveranderingen. De cliënt moet leren om inspanningen te doseren en genoeg korte pauzes te nemen. Daarnaast moet de persoon ook leren aan te voelen wanneer er teveel inspanning geleverd wordt. Dit wordt gedaan door verschillende ontspanningsoefeningen. Daarnaast wordt er gezorgd voor natuurlijke ontspanning door bijvoorbeeld te wandelen. Dit wordt afgewisseld met inspanning.

 

Wanneer de energiebalans weer aangevuld is, volgt er een toename van activiteiten. Hierbij is het belangrijk dat er niet gelijk teveel op de cliënt afkomt.

Ook wordt er tijdens de therapie gewerkt aan het veranderen van gedachtepatronen. Negatieve en irreële gedachten moeten veranderd worden naar reële gedachten.

 

Enkele jaren geleden werd de cliënt tijdens de therapie sessies thuis gehouden. Reden hiervan was dat hij/zij dan weer even bij kon komen. Dit blijkt echter niet de juiste oplossing. Het werd lastiger om weer in het arbeidsproces terug te keren en de kans op terugval was hierdoor erg groot.

Daarom wordt er nu naar gestreefd dat de cliënt tijdens de behandeling alweer aan het werk gaat. Dit zorgt ervoor dat de persoon tijdens zijn herstelproces alweer leert om te gaan met de mogelijke druk van het werk. De kans op terugval wordt hierdoor kleiner. Bovendien, wanneer de cliënt een terugval krijgt tijdens het proces, kan dit direct opgevangen worden tijdens de therapie.

 

Het komt vaak voor dat mensen die een burn-out hebben gehad, na een volledige terugkeer in het arbeidsproces een carrièreomslag maken. Pas wanneer de burn-out volledig achter de rug is kijken de ex-cliënten naar wat ze écht willen. Vaak is dit iets anders dan de baan die ze eerder hadden.